Follow by Email

woensdag 2 mei 2012

Drieluik: 3 bevallingen, 4 kinderen, 1 zinloze verkrachting

 (1)

Het eerste kind, een poliklinische bevalling



Ik wist altijd al dat ik ooit moeder zou gaan worden en vond een partner die ook zeker wist dat hij ooit vader zou gaan worden. Wanneer, daar hadden we het nooit over. Toen ik bijna 30 was begon ik er toch serieus over na te denken. Mijn partner schrok, want hij was nog lang niet zo ver. Maar na een paar maanden was hij aan het idee gewend geraakt en vanaf de jaarwisseling gingen we proberen zwangeren te raken. Ik kocht een boekje over zwanger worden en rekende mijn vruchtbare dagen uit. Rond die tijd moesten we 'het' om de dag doen. Dan zou het toch wel moeten lukken. In datzelfde voorjaar werd duidelijk dat mijn vader, die al een paar jaar aan kanker leed, nu echt terminaal ziek was. Dat gaf wel wat meer druk op onze kinderwens. Eerst dacht ik: 'Als hij zijn kleinkind nog maar kan vast houden.' En toen eenmaal duidelijk werd dat dit onmogelijk zou zijn: 'Als ik het hem dan in elk geval nog maar kan vertellen.' Hij wist wel van onze kinderwens. Dat deed hem veel plezier. Toen mijn vader overleed was ik een week overtijd. Ik logeerde een tijdje bij mijn moeder en omdat ik erg last had van bandenpijn vertelde ik het haar al gauw. Ze was erg verheugd. Ik merkte dat ze verlangde naar een jongen. Een jongen die op mijn vader zou gaan lijken. Ik glimlachte naar haar en smachtte naar een meisje.
De eerste maanden waren zwaar. Ik kon niet slapen, vanwege de dood van mijn vader. Op het laatst was ik zo moe, dat ik overdag alleen maar op de bank kon liggen. Toen ik eenmaal weer wat kon slapen kwam de misselijkheid opzetten. Al gauw merkte ik dat ik minder misselijk was als ik veel at. Dus ging ik veel eten. Ik ben deze zwangerschap 28 kilo aangekomen. Ik droeg wijde kleren om mijn dikheid te verbergen. Ik voelde me helemaal niet thuis in dat enorme lijf.
Vanaf de twaalfde week kwam ik onder medische controle bij een verloskundige praktijk, waarin drie jonge vrouwen als verloskundige werkten. Ik had een vaste verloskundige, Esther, maar moest soms ook bij de twee andere op consult om elkaar te leren kennen, want in geval van nood zouden zij het van Esther overnemen. Esther leek wel aardig. We spraken af dat ik poliklinisch in het ziekenhuis zou gaan bevallen. We woonden op een steenworp afstand van het ziekenhuis en bovendien waren wij krap behuisd. Ons waterbed werd ongeschikt bevonden om op te baren. We bezochten een informatieavond van dat ziekenhuis. Er was veel uitleg over de verlostang en de vacuümpomp. We zeiden niet veel tegen elkaar toen we weer naar huis gingen.
Toen de misselijkheid wat hanteerbaarder werd diende zich een nieuw probleem aan: een steeds meer toenemende pijn onderin mijn rug. Esther wist meteen wat het was: bekkeninstabiliteit. Ze zei dat ik rustig moest blijven door bewegen. Rustig door bewegen, hoe doe je dat als je in de verzorging werkt? De pijn werd maar erger en erger. Toen ik met 23 weken zwangerschap op mijn werk stond te huilen van de pijn, stuurden mijn collega's mij naar huis en ik ben er tijdens de zwangerschap niet meer terug gekomen. Ik kreeg fysiotherapie. Een meisje masseerde mijn rug. Ik had niet het idee dat het veel hielp, maar liet haar maar begaan. Ik zei tegen haar dat ik dacht dat mijn spieren overbelast waren door de combinatie van de verweekte bekkenbanden en mijn werk. Maar dat lag anders, zei ze. 
De rust hielp mij meer dan de fysiotherapie. Evenals het heerlijke waterbed waar wij op sliepen. Zo'n waterbed is ideaal. Ook als je zwanger bent. Ik vond het ook lekker om in bad te gaan. De baby in mijn buik begon dan meteen te bewegen. Ze rolde naar mijn hand toe als ik die tegen mijn buik hield. Het was leuk om zo samen te spelen.
Met 25 weken lieten wij een pretecho maken. Ik wou zo graag weten wat het zou worden. Ik verlangde zo ontzettend naar een meisje, dat ik dacht: als het een jongetje wordt moet ik het nu weten, want dan kan ik mij daar op instellen. Ik moet blij zijn met mijn baby en absoluut niet teleurgesteld zijn om het geslacht. Het bleek inderdaad een meisje. fantastisch! Ik las erg veel roze-wolk-blaadjes; kon er geen genoeg van krijgen. Op het laatst wist ik precies wat er van mij verwacht werd, maar had ik er nog steeds geen idee van wat mij te wachten stond.

Op een ochtend ontdekte ik een beetje bloedverlies. Ik was toen 38 weken en 4 dagen zwanger. Ik belde naar de praktijk. Esther legde rustig uit dat dit betekende dat de bevalling één dezer dagen zou kunnen beginnen, want ik had de slijmprop verloren. In de loop van de middag voelde ik mijn buik zachtjes en regelmatig samenknijpen. Het deed geen pijn. Ik deed de strijk en ruimde wat op. Daarna ging ik koken. Mijn man kwam thuis en ik vertelde hem dat de weeën begonnen waren. Hij schrok zich rot! Die avond deed ik gewoon mijn dingetjes en legde de laatste hand aan de kraamcadeautjes. We dachten dat het misschien wel handig zou zijn als ik Esther zou laten weten dat de weeën begonnen waren. Dan kon ze er rekening mee houden. Esther deed nu helemaal niet rustig en ook niet geduldig. Ze zuchtte diep aan de telefoon en zei dat het nog wel tot morgen zou gaan duren eer het kind zou gaan komen. Ze zei dat ik een rustig en ontspannend bad moest gaan nemen en dan moest gaan slapen. Daarna verbrak ze de verbinding. Beteuterd keken we elkaar aan. Nou moe.
Inmiddels begonnen de weeën zich nadrukkelijker aan te dienen en leek het bad me geen gek idee. Ik soesde wat in bad. Een half uurtje? Ik kon de weeën hier goed opvangen, maar toen werd het water koud. Mijn man stelde voor om samen op het bed te gaan zitten. Het lukte me niet meteen om uit bad te komen. Ik voelde dat mijn buik helemaal hard was. Blijkbaar had ik ook weeën die ik niet voelde. Mijn man hielp me met afdrogen en we gingen samen op het bed zitten. Ik leunde tussen zijn benen met mijn rug tegen zijn buik. Ik pufte met de weeën mee. Dit had ik geleerd op de zwangerschapsgym. Ik merkte dat mijn man de weeën zat te klokken met zijn horloge. Om half 1 in de nacht vroegen we ons af of we toch Esther niet moesten bellen. We durfden niet zo goed. Zíj rekende pas op de volgende dag en zíj kon het weten. Niet waar? We belden toch maar. Mijn man zei dat ze mee viel aan de telefoon en meteen zou komen. Toen Esther boven kwam, om 1 uur 's nachts, bekeek ze mij aandachtig en vroeg 'Hoe is het?' Ik mompelde dat ik waarschijnlijk een erg lage pijngrens had en dat ik me niet kon voorstellen dat ik dit een hele nacht zou kunnen volhouden. "Ik zal je gaan toucheren om na te gaan hoe ver je bent," zei ze. Het was de allereerste keer dat ik getoucheerd zou worden, maar het heeft geen schadelijke indruk bij mij achtergelaten. Ik weet nog wel dat mijn man op de overloop heen en weer drentelde om ons wat privacy te gunnen.
En toen bleek dat ik al 8cm ontsluiting had!! Jippie! We moesten nu meteen gaan, anders haalden we het ziekenhuis misschien niet.
In de auto gingen de weeën rustig verder. Bij het ziekenhuis verkreukelde ik mijn 1,80 meter lange en massale lijf in een klein, ongeriefelijk rolstoeltje. De weeën lieten me nog steeds niet in de steek. Ik bleef aldoor door puffen. We reden door een verlaten ziekenhuis. In de verloskamer schikte Esther wat spulletjes en belde de kraamzuster.. Al gauw mocht ik persen. Tijdens de persweeën deed ik super mijn best. "Kom op baby", dacht ik dan, "deze is voor jou en voor mij." Tussen de weeën door zakte ik in en sliep bijna. Na de bemoedigende woorden 'Ik zie het hoofdje al,' leek er geen vooruitgang te komen. 'Nog wat harder persen.' hoorde ik haar steeds zeggen. Mijn man die naast mij stond zei: 'Kom op schat. Nóg iets harder persen!' Ik dacht: "Ik pers me het leplazarus, stelletje lamzakken." Maar ik hield mijn mond en probeerde nog harder te persen dan hard. Toen zei Esther: "Bij de volgende perswee zal ik een klein knipje zetten, maar ik zet hem zo dat je hem niet zal voelen." En ze had gelijk. Bij de daaropvolgende perswee braken de vliezen en werd onze dochter geboren. Het was half drie 's nachts en ik had 3 kwartier gepersen, maar het voelde voor mij veel korter. Onze dochter werd meteen op mijn buik gelegd. Ze huilde zachtjes 'lala', en smakte daarna luid op haar duim. Zeven jaar later duimt ze nog steeds! Zo klein, zo warm! Esther deed een dun rietje in haar mini-neusje en begon zelf aan de andere kant te zuigen. 
Het was een prettige ontspannen sfeer. Amke werd bewonderd om haar schoonheid en mijn man knipte de navelstreng door. Onze dochter deed braaf mee aan de testjes, maar lag ook veel bij mij. Er was aandacht voor mijn verhaal en vragen.

Even later kwam de kraamhulp met een schaapachtige grijns binnen. We probeerden de baby aan de borst te leggen. Maar wat we ook probeerden (2 vrouwen die aan mijn tepels stonden te trekken!), het lukte niet. Er zou ons in de weken die volgden nog erg veel borstvoedingsellende te wachten staan… 
Ik lag erg lang te wachten met mijn benen opgetrokken. Ik had het koud en mijn benen trilden enorm. Ik kreeg een injectie in mijn bovenbeen. Ik heb die na al mijn bevallingen gehad en ik heb geen flauw idee waarom. Niemand heeft me hiervoor toestemming gevraagd of zelfs maar over geïnformeerd. Eindelijk werd ik verdoofd en daarna gehecht. Onze dochter was erg rustig en gedwee. Ik had nog nooit zo'n kleine en stille baby gezien! 
Rond de klok van vijven mochten we met haar naar huis. Haar slaapkamertje lag vlak naast de onze. We durfden haar niet in onze waterbed te leggen en naast ons bed was geen plek voor haar ledikantje. De volgende dag legden we haar in het nestje van de wandelwagen naast ons bed, maar zo slim waren we toen nog niet. 
De hele nacht lagen we naar haar kleine babygeluidjes te luisteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten